Reddend geloof

14 Reddend geloof
14.1 De genade van geloof, waardoor de uitverkorenen in staat worden
gesteld om te geloven tot hun redding, is het werk van de Geest van
Christus in hun harten.1 Deze genade wordt gewoonlijk bewerkt door de
bediening van het Woord2
, waardoor dit geloof ook groeit en versterkt
wordt, evenals door de bediening van de doop, het avondmaal, het gebed
en andere middelen die God daarvoor bepaald heeft.3

2 Kor. 4:13; Ef. 2:8

Rom. 10:14, 17

Luc. 17:5; 1 Pet. 2:2; Hand. 20:32
87
14.2 Door dit geloof aanvaardt een christen dat alles wat geopenbaard
is in het Woord, waar is1
, vanwege de autoriteit van God zelf. Zo is hij ook
overtuigd van de voortreffelijkheid van het Woord, dat superieur is aan alle
andere literatuur en alle andere dingen in de wereld2
, omdat het getuigt van
de heerlijkheid van God in zijn eigenschappen; de voortreffelijkheid van
Christus in zijn wezen en zijn bedieningen; en de kracht en volheid van de
Heilige Geest in zijn werken. Dit stelt hem in staat om zijn ziel toe te
vertrouwen aan de waarheid die hij zo gelooft3
; handelt hij volgens de
diverse vereisten in de verschillende onderdelen van het Woord:
gehoorzaamt hij de geboden4
; beeft hij voor de waarschuwingen5
; en
omarmt hij de beloften van God voor dit leven en dat wat komen gaat.6
Echter, de belangrijkste daden van een reddend geloof hebben een direct
verband met Christus: Hem alleen te aanvaarden en te ontvangen en te
rusten op Hem alleen7
, voor rechtvaardiging, heiligmaking en eeuwig leven,
op basis van het genadeverbond.

Hand. 24:14

Ps. 19:7-10; Ps. 119:72

2 Tim. 1:12

Joh. 15:14

Jes. 66:2

Heb. 11:13

Joh. 1:12; Hand. 16:31; Gal. 2:20; Hand. 15:11
14.3 Hoewel dit geloof verschillende gradaties heeft en hoewel het
sterk of zwak kan zijn¹, verschilt toch de kleinste mate van dit geloof (net
zoals alle andere reddende genade) in haar aard en karakter van het geloof
en de algemene genade van tijdelijke gelovigen². Daarom zal dit geloof
overwinnen, ook al kan het vele malen aangevallen worden en verzwakt
raken.
3 Daarom ook zal het in velen groeien tot het verkrijgen van de volle
zekerheid4
in Christus, die zowel de auteur als de voleinder van ons geloof
is.5

Heb. 5:13-14; Mat. 6:30; Rom. 4:19-20

2 Pet. 1:1

Ef. 6:16; 1 Joh. 5:4-5
88

Heb. 6:11-12; Kol. 2:2

Heb. 12:2