De doop

29 De doop
29.1 De doop is een nieuwtestamentische verordening, ingesteld door
Jezus Christus. Het is voor de gedoopte een teken van eenheid met Hem in
zijn dood en opstanding¹; van het geënt zijn op Hem; van de vergeving van
zonden²; en van de overgave aan God door Jezus Christus, om zo in een
nieuw leven te wandelen.³

Rom. 6:3-5; Kol. 2:12; Gal. 3:27

Mar. 1:4; Hand. 22:16

Rom. 6:2-4
29.2 Alleen degenen die zich bekeerd hebben tot God, geloof belijden in
onze Heer Jezus Christus en Hem willen gehoorzamen mogen deze
instelling rechtmatig ondergaan.¹

Mar. 16:16; Hand. 8:36-37
29.3 De doop moet worden uitgevoerd in water en in de naam van de
Vader, de Zoon en de Heilige Geest.¹

Mat. 28:19-20; Hand. 8:38
116
29.4 De juiste uitvoering van deze instelling vereist onderdompeling van
de persoon in water.¹

Mat. 3:16; Joh. 3:23